Historische Letterkunde (2015-2016)

Programma Historische letterkunde 2015-2016

Deze module bestaat uit twee maal zeven bijeenkomsten. De meeste van die bijeenkomsten vallen in de categorie ‘hoorcollege’, maar een enkele keer zul je ook zelf aan de slag moeten – er is dan sprake van een werkcollege. Het is zaak dat je je huiswerk gedaan hebt, zeker bij de werkcolleges. Heb je geen kans gehad om het huiswerk te doen? Blijf dan gerust weg, het zal je niet euvel geduid worden.

Voor dit vak heb je deze syllabus nodig. De literatuurlijst met daarop de te lezen werken vind je hier.

eerste deel

Les 1: inleiding, historisch overzicht, ‘Hebban olla vogala’

* Huiswerk voor les 2: lees de gedichten van Hendrik van Veldeke.

Les 2: Hendrik van Veldeke

* Huiswerk voor les 3: Lees Vanden vos Reynaerde en Jan de Putter: ‘Firapeel helpt!’ in: Tiecelijn.Jaargang 19 (2006) p.212-219
http://www.dbnl.org/tekst/_tie002200601_01/_tie002200601_01_0019.php#20

Les 3: Vanden vos Reynaerde

De PPT staat hier.

* Huiswerk voor les 4: Bekijk deze kleine documentaire (15 minuten) over het Gruuthuse-manuscript: https://www.youtube.com/watch?v=9fti_enZ4_E en bekijk ook enkele scans ervan: https://www.kb.nl/bladerboek/gruuthuse/browse/book.html

Les 4: Gruuthuse-manuscript

De PPT staat hier.

Les 5: Het refereyn

  1. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0135.php
  2. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0136.php
  3. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0138.php
  4. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0141.php
  5. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0143.php
  6. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0144.php
  7. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0148.php
  8. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0149.php
  9. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0152.php
  10. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0155.php
  11. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0156.php
  12. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0157.php
  13. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0158.php
  14. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0159.php
  15. http://www.dbnl.org/tekst/does003refr01_01/does003refr01_01_0160.php

* Huiswerk voor les 6: lees Herman Pleij: ‘De betekenis van de beginnende drukpers voor de ontwikkeling van de Nederlandse literatuur in Noord en Zuid.’ In: Spektator 21 (1992), p. 227-263: http://www.dbnl.org/tekst/plei001bete01_01/index.php en beantwoord de vragen zoals die gesteld zijn in de powerpoint over Vanden vos Reynaerde:

1) Waar gaat het artikel over?

2) Welke stelling(en) brengt de auteur naar voren?

3) Welke argumenten heeft hij daarvoor?

4) Noemt hij tegenargumenten?

5) Wat is zijn conclusie?

Les 6:  De boekdrukkunst

In dit werkcollege wordt het artikel van Herman Pleij besproken aan de hand van de vijf vragen.

* Huiswerk voor les 7: lees dit artikel over Jan van der Noot.

Uittip: Middeleeuwse kluchten op 18 oktober (ook voor cultuurportfolio te gebruiken, op vertoon van je studentenpas is de toegang 5 euro).

Aankondiging_18-10-2015

Les 7: Jan van der Noot en P.C. Hooft

De PPT staat hier.

Les 8: Renaissance, maniërisme, barok

De PPT staat hier.

* Huiswerk voor les 1 van de volgende periode: lees Jan Konst: ‘“Het goet of quaet te kiezen”. De rol van de vrije wil in Vondels LuciferAdam in Ballingschap en Noah.’ In: Nederlandse letterkunde 2 (1997), p. 319-337:  http://www.dbnl.org/tekst/kons001goet01_01/index.php en beantwoord de vragen zoals die gesteld zijn in de powerpoint over Vanden vos Reynaerde:

1) Waar gaat het artikel over?

2) Welke stelling(en) brengt de auteur naar voren?

3) Welke argumenten heeft hij daarvoor?

4) Noemt hij tegenargumenten?

5) Wat is zijn conclusie?

tweede deel

Deel 2 van deze module bestaat uit hoorcolleges en werkcolleges. Hieronder staan eerst de onderwerpen van de hoorcolleges, daarna volgt er wat er in de werkcolleges aan de orde dient te komen.

Les 1: Toneel van Joost van den Vondel

In dit werkcollege wordt het artikel van Jan Konst besproken aan de hand van de vijf vragen.

* Huiswerk voor les 2: lees http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/18de/literatuurgeschiedenis/lg18004.html

Les 2: Nieuwe genres in de Verlichting

De PPT.

* Huiswerk voor les 3: lees http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/19de/literatuurgeschiedenis/lg19009.html en bekijk Herman Pleij over Max Havelaar.

Les 3: Sentimentalisme en Romantiek

* Huiswerk voor les 4: lees http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/19de/literatuurgeschiedenis/lg19008.html

Les 4: Romantische humor

Hildebrand: Camera obscura

Klikspaan: Studententypen

P.A. de Génestet: ‘Epikurisch feestgezang‘, ‘De humorist

De Schoolmeester: ‘De leeuw‘, ‘De hond

Piet Paaltjens: ‘Aan Rika‘, ‘De zelfmoordenaar

* Huiswerk voor les 5: lees ‘De binocle’ van Louis Couperus

Les 5: Naturalisme

* Huiswerk voor les 6: Lees ‘Open brief aan den schrijver’, ‘Voorrede’ en ‘Voorbericht voor den 2en druk’ en ook wat gedichten uit Grassprietjeshttp://www.dbnl.org/tekst/eede003gras01_01/index.php

Les 6: Beweging van 80

Jacques Perk

Willem Kloos

Les 7: Proeftentamen

werkcolleges

Van ieder werk worden eerst de gebruikelijke dingen (personages, perspectief, tijd, ruimte, thema, motieven en zo) en bijzondere dingen (wat niet valt onder het gebruikelijke, maar zeker de moeite waard is om te noemen) besproken. Daarna volgen er discussievragen. Deze discussievragen gaan over het algemeen over overeenkomsten tussen de gelezen werken.

Ieder individueel boek wordt door twee individuele studenten voorbereid (één presentator en één referent), de discussievragen worden door twee andere studenten voorbereid. De discussieleiders hoeven – als het goed is – alleen maar de discussie te leiden, maar als de discussie stokt, dan moeten zij olie op het vuur kunnen gooien.

Karel ende ElegastBeatrijs en Mariken van Nieumeghen

Discussievragen: Welke getalsymboliek komt er in deze werken voor? Wat zijn gemeenschappelijke thema’s? Wat maakt deze werken zo typisch Middeleeuws? Wat zou je met deze verhalen kunnen doen in je klas?

2 Karel ende ElegastVanden vos Reynaerde, Esmoreit en Der naturen bloeme

Discussievragen: Welke ridderlijke eigenschappen staan er centraal in de drie verhalen werken? Wat zijn opvallende verschillen in de behandeling van de ridderlijke eigenschappen? Blijkbaar waren epische en dramatische werken ook didactisch. Hoe verhoudt zich de didactiek van Der naturen bloeme hiermee? Komt het wereldbeeld van Der naturen bloeme overeen met het wereldbeeld dat geschetst wordt in de narratieve werken?

3 Vanden vos ReynaerdeLippijn en Warenar

Discussievragen: Deze drie werken zijn humoristisch, toch is de humor in alle drie de werken anders – hoe zit dat? Is er een ontwikkeling in humor te zien? Zijn er verschillen in Middeleeuwse en Renaissance-humor? Is humor van toen nog steeds leuk?

LuciferWarenar en Scylla

Discussievragen: In hoeverre houden deze drie werken zich aan de klassieke indeling in vijf bedrijven? Zijn in alle drie de werken de drie eenheden te herkennen? Heeft de verhaalstof ook nog betrekking op de klassieke oudheid? Wat was het geïntendeerde publiek – voor alle drie de toneelstukken hetzelfde?

Hollandsche Spectator en Sara Burgerhart

Discussievragen: Twee verschillende genres, maar toch ontegenzeggelijk achttiende-eeuws, waarom? Komen de auteursintenties overeen? Moraal? Thema’s? Kan de huidige tijd niet ook een literatuur gebruiken zoals die van de achttiende eeuw? Als een soort beschavingsoffensief? Of nemen we genoegen met Oh Oh Cherso en de diverse spin-offs?

Gedichten van de SchoolmeesterCamera ObscuraMax Havelaar

Discussievragen: Drie verschillende boeken, en toch zijn ze Romantisch – waarin zitten de overeenkomsten? Bestaat er zo iets als Nederlandse Romantiek? Wat zijn daar dan de kenmerken van? Sommigen zeggen dat de Romantiek nooit afgelopen is en doorloopt tot op de dag van vandaag; welke argumenten zijn er te bedenken voor deze stelling?

Van de koele meren des doos en Van oude mensen…

Discussievragen: Beide boeken zijn naturalistisch, toch zijn er opvallende verschillen – welke? Zijn moderne romans niet ook naturalistisch? In alle romans komen toch dingen voor als afkomst en familie? Ze spelen zich af in een sociale omgeving? En in een bepaalde tijd? Welke romans uit de twintigste en eenentwintigste eeuw zou je niet eigenlijk ook naturalistisch kunnen noemen?

Comments are closed.