Hoofdstuk 9. Goed en fout

Als je jong bent, dan weet je niet waar liedjes over gaan. Vooral Engelstalige liedjes. Als je ouder bent, dan weet je dikwijls nog steeds niet waar die liedjes over gaan, omdat je gewoon niet verstaat wat er gezongen wordt. Je hebt niet altijd de fut om de songteksten op te zoeken op de vele songtekstensites – die bovendien niet altijd even betrouwbaar zijn. Het is overigens wel best zo, dat je niet weet waar een liedje over gaat, anders zit je de hele dag te luisteren naar liedjes met ronduit slechte teksten. Je zult maar Engelstalig zijn en van popmuziek houden, dan hoor je iedere keer wat er gezegd wordt. De magie is er dan wel snel vanaf. Een belangrijke reden dat popmuziek overal ter wereld Engels is; het is voor iedereen een vreemde taal, niemand kan het echt verstaan en als je zelf een liedje maakt dan doen grammaticale en idiomatische fouten er niet toe. Dat is wel zo veilig. Arme Engelse en arme Amerikanen, zij worden gedwongen om al die shit ook echt te verstaan. Ik vond toen ik klein was programma’s als Op volle toeren al verschrikkelijk, of De Nederlandstalige Top-10 op de radio… ik meen dat dat op donderdagmiddag uitgezonden werd. In ieder geval was het de TROS die dit uitzond. Vreselijk. Zelfs van voor de ontwikkeling van mijn muzieksmaak wist ik dat ik deze muziek helemaal niets vond. Eigenlijk niet eens vanwege de teksten, maar vanwege de muziek zelf. Later ben ik erachter gekomen dat je soms kunt genieten van slechte smaak en dat stomme dingen ook leuk kunnen zijn juist omdat ze stom zijn. Voor mij geldt dat tot op zekere hoogte, want de cultuuruitingen uit de allerlaagste krochten van het menselijk bestaan kan ik niet velen. Ook niet in totale dronkenschap. Zodra ik een liedje hoor dat ook maar een klein beetje neigt naar iets wat door Chiel Montagne als mooi ervaren kan worden, houdt het voor mij op.

            Er was wel een uitzondering. Niet een uitzondering op de Chiel Montagne-associatie, maar een uitzondering op de onverstaanbaarheid van Engelstalige liedjes. Een kleine uitzondering, want hij ging niet volledig op. Het eerste singletje dat ik ooit kocht was ‘Weekend’ van Earth and Fire. Eigenlijk had ik geen idee waar het over ging, behalve dan dat het over het weekend moest gaan. Dat begreep ik, daar kon ik iets mee. Ik had ook een weekendgevoel. Mijn doordeweekse dagen waren niet fijn, de weekends gingen wel. Althans de weekends dat ik naar mijn vader in Tilburg mocht. Daar werd ik net zo verwaarloosd als thuis, maar ik voelde me er wel veilig. Sjak had altijd iets te zeuren en hij was altijd daar waar ik ook was. Mijn vader vond alles best. Zijn onverschilligheid was niet best voor een kind, maar het was beter dan de bemoeizuchtige verwaarlozing van Sjak. Wat ik ook deed, ik had altijd het idee dat Sjak met zijn sjekkie in mijn nek stond te hijgen. En overal vond hij iets van, hij was er altijd op tegen. Als ik goed mijn best had gedaan op school, dan vond hij dat maar niks. ‘School is het echte leven niet. Boekenwijsheid! Dat is wat ze die jongen aanleren. Hij moet gewoon een vak gaan leren.’ Of als ik een keer niet mijn best had gedaan en als ik een keer een slecht cijfer had gekregen voor een proefwerk met breuken, dan vond Sjak daar ook weer wat van. ‘Hij zit te lamzakken en te bamzaaien. Het is kommer en kwel met die gast. Dat schiet niet op zo. Hij moet leren werken, hij moet leren aanpakken. Hij moet zichzelf niet zo sparen. Hard worden. Want met mietjes winnen we de strijd met het kapitalisme niet. De arbeiders zullen binnenkort hun ijzeren vuisten laten zien. Hamer en sikkel, jongen. Er gaan links en rechts klappen vallen. Op mietjes zitten we niet te wachten, op vieze homo’s. Wij communisten gaan voor in de strijd. We nemen geen rust. Alleen de harde jongens en mannen kunnen dat.’

            In de weekends dat ik bij mijn vader was, gebeurde er niet veel. Het was een soort rust. Mijn vader vroeg nooit naar mijn school en als ik mijn rapport meenam, dan gebeurde er niets. Mijn vader kon geen liefde geven, maar hij verspreidde ook geen haat. Dat was al heel wat. Vandaar dat het weekend voor mij van grote betekenis was, in het weekend leek ik niet te bestaan. In het weekend was ik opgelost in Tilburg. Uiteraard wilde ik het singletje ‘Weekend’ van Earth and Fire hebben, ik kon het kopen van mijn zakgeld. Er was op tv een videoclip van te zien, bij Toppop werd het uitgezonden. De zangeres had een strak glimmend pak en bewoog als een soort slang terwijl zij ‘Lalalala-lo-lo for the weekend’ zong.

            ‘Moet je haar zien,’ riep Sjak uit en hij nam een slok bier. ‘Dat is wel een lekker wijf hoor. Die wil ik ook wel een weekendje. Alle toeters en bellen zitten eraan, zo te zien.’ Mijn moeder was niet thuis, dus Sjak hoefde niet op zijn taal te letten. Als mijn moeder er wel was, dan was Sjak een stuk rustiger – dan durfde hij niet zo veel. Maar als mijn moeder werkte, dan trok hij zich nergens wat van aan. Mijn moeder werkte veel, er werden veel tv-programma’s opgenomen en de opnames konden lang duren. Al die tijd moest de kantine openblijven, mijn moeder kwam vaak laat thuis.

            ‘Je kunt alles bij haar zien,’ ging Sjak verder en nam een hijs van zijn sjekkie. ‘Goed gebouwd, alles in huis, kan nog dansen ook. De muziek is verder wel stront. Het is kapitalistische schijt. Zo worden de arbeiders thuisgehouden. De kapitalisten zenden lekkere wijven uit, zodat de arbeiders daarnaar willen kijken. Zo worden zij kapot gebeukt en zo worden zij van de klassenstrijd afgehouden. Snap je dat jongen? Dat begrijp je toch wel met die hersenen van je?’ Sjak goot een halve fles bier in zijn keel en liet een luide boer. ‘Als je dat singletje koopt, dan krijg je dit videoclipje er niet bij hoor. Dan moet je het slechts met die strontmuziek doen.’

            ‘Weekend’ stond die week op nummer 1, het was het laatste liedje van Toppop. Sjak ging achter zijn typemachine zitten om de adressen van de leden van de CPN Ledenkrant op de wikkels te tikken.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.