Hoofdstuk 8. Goden en helden

We moesten altijd klaarstaan voor de eindstrijd. Zo vertelde Sjak graag met een biertje in zijn hand en een sjekkie in zijn mond: ‘We moeten altijd klaarstaan voor de eindstrijd.’ Waar die eindstrijd uit zou bestaan, was onduidelijk. Maar dat het een dialectische strijd zou worden, was duidelijk. Als Sjak wat meer biertjes gedronken had dan strikt noodzakelijk begon hij graag te oreren: ‘Het marxisme is een compleet wetenschappelijk onderbouwde basis voor de strijd van de arbeiders voor een socialistische of communistische maatschappijvorm. Het dialectisch materialisme is de bron en het bestanddeel van het marxisme.’ Hij nam nog een hijs van zijn sjekkie en een slok van zijn bier. Moniek hing verveeld in de bank, op de tv stond de Willem Ruis-show op. Had Sjak het tegen mij? ‘Jammer genoeg hebben Marx en Engels nooit een groots allesverklarend boek over dialectisch materialisme gepubliceerd, maar de onafgewerkte teksten van Engels bieden een schitterend inzicht in de methode van het marxisme en haar verhouding tot de wetenschappen.’

            Mijn moeder moest werken vanavond, want ze had bardienst na de Willem Ruis-show. ‘Reken maar dat er dan weer flink gezopen wordt,’ had ze gezegd, dus zij was voorlopig nog niet thuis.

            ‘Iemand die niet helemaal vertrouwd is met deze dialectiek van het historisch materialisme,’ vervolgde Sjak, ‘zal zich vast laten afschrikken door de vaak lastige en conceptuele denkbeelden.’ Hij was inmiddels opgestaan en naar de keuken gelopen, terwijl hij bleef oreren. ‘Wat ook de moeilijkheden mogen zijn, een zekere volharding zal eindelijk beloond worden.’ De deur van koelkast ging open, de groentela werd naar voren getrokken en de flesjes rammelden. Sjak kwam weer terug, ging zitten, rolde een nieuw sjekkie en zei: ‘Luister goed, knoop dit goed in je oren. Als jij naar de middelbare school gaat, dan moet je weten dat het marxisme een serieuze wetenschap is, met een eigen jargon. Elke volwaardige arbeider of student weet dat men niets kostbaars kan bereiken zonder een zekere mate van inzet, strijd en opofferingsvermogen. Inzet, strijd en opofferingsvermogen. Ik weet niet wat die rechtskapitalistische leraren Grieks en Latijn allemaal tegen je gaan vertellen, het marxisme echter garandeert de bewuste arbeider, kantoorklerk en student een bagage die zijn potentie sterk vermeerdert. Iedereen die mikt op een betere samenleving, en bovenal de klasse van loontrekkenden die de aanjager is van dit streven, zou zich de ideeën van Marx en Engels eigen moeten maken. Dit is een noodzakelijkheid om de samenleving te bevrijden van het kapitalistische juk.’

            Sjak had het vaak over communistische studenten en hoe zij samen met de arbeiders in mei 1968 in Parijs de straten opgingen. Niet dat Sjak daar zelf bij was, maar het paste zo mooi in zijn historisch-dialectisch wereldbeeld. Overigens was Sjak zelf nooit student geweest, hij was altijd de echte arbeider uit een echt arbeidersgezin. Om de een of andere reden haatte hij studenten. Hij hield ervan om geleerde praatjes te houden over Marx en Engels, maar of hij de boeken van deze twee daadwerkelijk gelezen had, betwijfelde ik ten zeerste. Sjak las niet. Geen boeken. Het enige dat hij las was de CPN Ledenkrant en de namenlijst van de leden van de plaatselijke CPN. Boeken waren niet nodig, vond hij, want dat leidde af van de klassenstrijd. ‘Tijdens het lezen van een roman ben je niet klaar voor de eindstrijd,’ verzekerde hij me. Het boekenbezit in ons huis was dan ook nagenoeg nihil. We waren wel lid van de bibliotheek, dat vond Sjak wel okee. Bibliotheken waren plaatsen van studie waar studenten de werken van Marx en Engels konden bestuderen. Dus dat Moniek en ik geregeld naar de bieb gingen, was goed. Thuis had ik slechts één leesboek: Gaatjes in de regenboog. Dat boek gaat over een jongen die vrij krijgt van school om een boek te schrijven. Dat was een spannend gegeven. Ik heb het boek helemaal stukgelezen en ik nam mij voor om ooit zelf een boek te schrijven. Jaren later heb ik Gaatjes in de regenboog herlezen. Ik kocht een exemplaar in een tweedehandsboekwinkel en ik moet zeggen dat het me niet tegenviel. Wel veel geleuter over milieuvervuiling – dat was toen een hot item.

            Willem Ruis was met zijn droom bezig, het was weer een of ander vaag verhaal dat uitmondde in een kutliedje met het showballet van Penny de Jager. Ondertussen oreerde Sjak door. ‘Het marxistische wereldbeeld is niet alleen materialistisch maar ook dialectisch.’ Penny de Jager danste er een soort sluierdans bij met wapperende mouwen. ‘De critici van de dialectiek stellen dit altijd voor als iets mystieks en daarom ook iets wat irrelevant is. Dit is echter helemaal niet het geval. De dialectische methode is simpelweg een poging om de onderlinge afhankelijkheid van de wereld waarin we leven beter te begrijpen.’ Weer stond Sjak op om naar de keuken te gaan, maar na twee passen draaide hij zich om. ‘Ik moet pissen.’

            ‘Dat is de dialectiek tussen de keuken en de wc, daar zien we de onderlinge afhankelijkheid,’ zei ik. Dat had ik beter niet kunnen doen. ‘Jij weet er helemaal niets van!’ brieste Sjak. ‘Jij met je kleine melkmuil. Jij zit daar maar een beetje duur te doen en mij na te apen, maar jij weet helemaal niet waar je het over hebt. Jij weet niet hoe arbeiders moeten leven, in welke erbarmelijke omstandigheden ze dagelijks moeten ploeteren volgens de wetten van de kwantiteit en kwaliteit. Jij bent van plan om naar het gymnasium te gaan, maar ik zeg je dat dit helemaal zal mislukken. Aan die kapitalistische lessen Grieks heb je helemaal niets. Ze leiden je af met mooie praatjes, maar het leven is niet mooi. Heb eerbied voor de harde werkers, voor de arbeiders, jochie. Want met die arrogante smoel kom je helemaal nergens. In de uiteindelijke klassenstrijd maken we ventjes zoals jij helemaal af. En dan zit je daar met je Grieks. Had je voorbereid. Hier, kijk naar die kut-Willem Ruis! Zo laat het volk zich in slaap wiegen. Wij zullen het overnemen! Aan ons, aan de internationale communisten, is de toekomst. En niet aan kleine klootzakjes zoals jij.’ Sjak sloeg de deur met een klap achter zich dicht. We hoorden hem de Internationale zingen op de wc.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.