Hoofdstuk 7. Gilze en Rijen

Eén keer in de drie weken gingen Moniek en ik naar Tilburg, naar Trudy en mijn vader. Sjak bracht ons op zaterdagochtend heen en mijn vader bracht ons zondagavond weer terug. Die weekenden gingen altijd volgens eenzelfde patroon. Mijn vader en Trudy woonden op een kamer in de MDKLNKRT, maar geregeld wisselde mijn vader van kamer met een andere man. De gang waar de kamers van Trudy en haar mannen op uitkwamen was ook hun atelier, daar stonden schildersezels, potten verf, kwasten en allerlei andere dingen die je nodig had om kunstenaar te zijn. Mijn vader was ook kunstenaar geworden. In Hilversum werkte hij als een soort manusje-van-alles bij een groothandel in huisdierenvoer. Kattenbrokken, konijnenhaver, kanariekruid, weet ik veel – en hij wist het zelf ook niet. Hij had helemaal geen interesse in huisdieren, of andere dieren. Hij had een baan en toevallig was dat bij een groothandel in dierenvoer. Waarschijnlijk vond hij de seksuele vrijheid van zo’n sleutelfeestje wel een soort uitlaadklep voor al zijn opgekropte frustraties. Zijn verhuizing naar Tilburg en de avontuurlijke Trudy heeft hem helemaal doen opleven. Hij was een kunstenaar! Ineens was hij iemand. Zijn positie moest hij wel delen met een paar andere mannen, samen waren ze kunstenaars. De specialiteit van mijn vader was het landschap. Op brede horizontale doeken schilderde hij stroken gekleurde verf, alsof een landschap uit vijftig verschillend gekleurde horizonnen bestaat. Soms mengde hij aarde door zijn verf, zodat enkele van die horizonnen korrelig werden. Een van de andere mannen schilderde alleen maar vazen. Dat wil niet zeggen dat hij vazen beschilderde, hij schilderde afbeeldingen van vazen op doek. En zo werd er meer van dit soort troep gemaakt. Ze voelden zich vrij en ze deden alles voor de kunst. Geregeld hielden ze een expositie in de MDKLNKRT, en dan kwamen er allerlei kunstenaars uit allerlei hoeken en gaten gekropen om feest te vieren. Een expositie werd altijd geopend met een vernissage: een bijeenkomst van kunstenaars waar veel gedronken en geblowd werd. Verkocht werd er niets. Ze leefden van de BKR, de Beeldende Kunstenaars Regeling. Deze regeling betekende dat je eens in de zoveel tijd een kunstwerk afleverde bij de gemeente en dat je in ruil daarvoor geld kreeg. Het zou zo maar kunnen dat er nog steeds ergens in een gemeentelijke kelder een schilderij van mijn vader ligt.

            Trudy en haar mannen waren niet van die blowers. Er werd soms wel een stikkie opgestoken en ze waren er ook niet op tegen, doch meestal blowden ze niet. Mijn vader rookte sowieso niet. De kunstenaarsgang van Trudy was meer een drinkersgang. Er gingen daar heel wat kratten bier doorheen. De andere gang van de MDKLNKRT was voor de blowers en de gemeenschappelijke ruimte (waar de keuken en de zitkuil waren) de plaats waar de discussies plaatsvonden tussen de drinkers en de blowers. Hoe de blowers aan hun inkomen kwamen, weet ik niet, waarschijnlijk zaten ze in de bijstand. De discussies in de gemeenschappelijke ruimte konden overal over gaan, maar uiteindelijk mondden ze altijd uit in de vraag wat beter was: drinken of blowen. De basisvoorwaarde voor een discussie was altijd dat het kapitalisme verderfelijk was. Het kapitalisme liep op zijn laatste benen. Het socialisme zou binnenkort zegevieren. We moesten klaar staan voor de laatste klassenstrijd! Leve de eeuwigdurende revolutie! De bourgeoisie moest ervan overtuigd worden dat zij voor de gek gehouden werd door het grootkapitaal. De burgers die iedere ochtend braaf naar hun werk gingen moesten wakker worden. Echt wakker, niet wakker om naar het werk te gaan, maar Wakker met een hoofdletter W. De televisie moest stoppen met louter amusement, de televisie moest geëngageerde programma’s uitzenden waarin opgeroepen werd de straat op te gaan om te demonstreren tegen het wereldwijde onrecht waar Amerika verantwoordelijk voor was. De bewoners van de MDKLNKRT voelde zich verantwoordelijk om de klassenstrijd aan te voeren als de tijd daar was. Hoe zij samenleefden was het voorbeeld, zij waren het voorbeeld voor gelijkwaardigheid. Na de klassenstrijd zou iedereen in gemeenschap van goederen leven, zoals zij in de MDKLNKRT al deden. De discussies eindigden dus altijd in de antithese drank tegen wiet. Wie was er het wakkerst? De drinkers vonden dat de blowers te sloom waren en de blowers verweten de drinkers aanhangers te zijn van het kapitalisme – bier werd gebrouwen door kapitalistische brouwers.

            ‘Vooral Heineken,’ hoorde ik iemand roepen.

            ‘We drinken geen Heineken,’ antwoordde iemand.

            ‘Nee, dat moest er nog bijkomen, Heineken is een fascistische uitbuiter.’

            ‘Kroon Bier is van een kleine brouwerij,’ zei een derde stem.

            ‘Zo lang dat duurt he? Zo lang dat duurt. Du moment dat het een grote brouwerij wordt, sluit het zich aan bij het internationale fascisme.’

            ‘Ons staat een grote strijd te wachten, we zijn er klaar voor.’

            ‘Jullie moeten stoppen met zuipen, want als je lam bent, dan kun je geen strijd leveren.’

            ‘Nee jij. Met je blow-kop. Hoe wil je stoned de bourgeoisie zover krijgen zich aan te sluiten bij de klassenstrijd?’

            ‘Creatief jongen, het gaat om de creativiteit.’

            Voor kinderen was geen plaats in de MDKLNKRT. Vroeger had Moniek haar bed op de kamer van haar moeder, maar sinds ze daar weg was, was ook haar vaste plaats weg. In de weekenden dat wij er waren, werden er voor ons luchtbedden op de gang gelegd. Daar sliepen we tussen de schilderspullen, we waren twee stippen op de horizonnen van mijn vader. Het was altijd koud op de gang, zelfs in de zomer en zelfs onder de dekens die we kregen. De kou kroop op door de luchtbedden heen. ’s Avonds hoorden we de discussies vanuit de gemeenschappelijke ruimte en ondanks al die mooie praatjes over gelijkwaardigheid keek niemand naar ons om. De kleren en pyjama’s van Moniek en mij waren in een koffertje gepropt en onze tandenborstels lagen in een Tupperwaredoosje. Zodra we weg waren werd het koffertje onderin een kast gelegd, pas op zaterdagavond (als we naar bed moesten), werd het tevoorschijn gehaald. Gelukkig zou binnenkort de klassenstrijd beslecht zijn en zou de socialistische heilstaat op ons neerdalen.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.