Hoofdstuk 12. Hans en Grietje

Uiteindelijk zijn we toch aangekomen waar we wilden zijn, bij TiKuKo, maar ik heb nog wel een aantal keren gekotst onderweg. Ik zag zo groen als het VW-busje. Bij aankomst werd ik uit het busje getild en op een stretcher gelegd. Ik onderging het allemaal gelaten en ik kan me er niet veel meer van herinneren. TiKuKo was een boerderijtje met drie stacaravans eromheen. Mijn vader en Trudy woonden met nog twee andere mannen in een van die stacaravans. Wie er nog meer woonden? Geen idee. Ik weet niet eens wie die twee andere mannen van Trudy waren en of het altijd dezelfde twee mannen waren, voor mijn gevoel waren het steeds andere mannen. Trudy was kunstenares en ze schilderde vooral rompen van mannen, torso’s. Dat schilderen deed ze graag tussen de bomen, want dan voelde ze zich een met de natuur – dat vertelde ze later. ‘Een mannelijk torso is een echte natuuruiting. Het menselijke en mannelijke en het natuurlijke komen samen in zo’n torso. Daarom schilder ik ze graag in de natuur, en natuur is hier genoeg. Er staan heel veel bomen rondom het TiKuKo-dorp, ik kan me helemaal uitleven. Ze schilderde de torso’s meestal uit het hoofd, niet naar model. ‘Naar model schilderen belemmert mijn creativiteit. Je moet met een open geest schilderen, dan komt je werkelijke gevoel in de kunst. Wie naschildert, schildert na. Ik wil mezelf zijn. Ik schilder vanuit mezelf. Ik laat me niet leiden, niet door een meester en niet door het model. Dan blokkeer ik, dan kom ik niet meer vooruit.’

            Toen ik eenmaal bijgekomen was, werd de wereld toch wat helderder. Gelukkig, het leek een eeuwigheid te duren. Trudy stond naast me te schilderen en verderop klonk muziek.

            ‘Ach jongen, ben je weer bij?’ vroeg Trudy.

            ‘…,’ zei ik.

            ‘Het is vandaag een bijzondere dag,’ zei Trudy. ‘We hebben een te gekke band vandaag. Ze komen repeteren in de boerderij voor een TV-programma.’

            ‘Voor de vuist weg?’ vroeg ik. Het was het eerste wat ik zei sinds uren.

            ‘Nee, Op volle toeren.’

            Allemachtig, dacht ik, Op volle toeren… wat vreselijk. Als het maar niet The New Four is! The New Four is de ergste band die er bestaat. Misschien dat The Old Four nog erger was, maar echt: The New Four… Nee. Waar was ik in beland?

            ‘Eh, Trudy?’

            ‘Wat is er jongen?’

            ‘Het is toch niet The New Four?’

            ‘Wat is dat?’

            ‘Dat is een band die altijd optreedt bij Op volle toeren.’

            ‘O, nee, die band ken ik niet. Het is een te gekke band die hier komt repeteren.’

            ‘Oh.’ Ik was er nog steeds niet zeker van, want een optreden bij Op volle toeren… Ik was tien jaar oud, maar ik was mij er toen al zeer van bewust dat Op volle toeren… eh… niet helemaal mijn smaak was. Ondanks dat mijn muzieksmaak zich nog moest ontwikkelen.

            ‘Het is een nieuwe band,’ vervolgde Trudy. ‘Ze noemen zich Doe Maar en ze hebben net een lp uitgebracht.’

            ‘Is het een echte Op volle toeren-band?’ Ik voelde dat ik weer moest kotsen.

            ‘Nee, ze zijn veel kunstzinniger. Ze lijken meer op de torso’s die ik schilder. Kleurrijk, stoer en te gek.’

            Wat moest ik daar nu op zeggen? Ik lag op een stretcher, misselijk en ik wist niet waar ik was.

            ‘Ze gaan vanavond vooral hun single repeteren: ‘Ik zou het willen doen’ en wij zijn publiek. Want Op volle toeren is live en het publiek speelt een belangrijke rol. Als ik klaar ben met schilderen kom ik ook. Ik heb nu enorme inspiratie. Het lijkt wel of de hele kosmos in mijn hart terecht is gekomen. Of nee, anders, alsof de kosmos om mijn hart heen zit en dat mijn hart de creativiteit van de kosmos oppikt en het doorstuurt naar mijn handen. Daar gaat de energie vervolgens mijn kwasten in die de verf op het doek zetten. Zo voelt het. Dat gevoel hou ik graag vast, als ik klaar ben, kom ik zeker kijken naar Doe Maar. Jongen toch! Dat wij hier op TiKuKo een band hebben die bij Op volle toeren mag spelen, wie had dat ooit gedacht? Dat is wel een doorbraak voor ons allemaal, maar natuurlijk vooral voor de jongens van de band. Goh! Op volle toeren…. Ja, Doe Maar gaat het helemaal worden, dat voelt mijn hart wel aan. Hier in TiKuKo, in Op volle toeren en in de kosmos. Als een raket. Hemeltjelief, Op volle toeren!’

            Zo te horen had Trudy nog nooit een aflevering van Op volle toeren gezien, want als er één programma was dat zo ontzettend niet-live was, dan was het Op volle toeren wel.

            ‘Waar is Moniek?’ vroeg ik.

            ‘In de rechter caravan.’

            Ik stond op en ik voelde me een oude man. Althans, ik stelde me voor dat een oude man zich zo voelde. Strompelend bereikte ik de caravan. ‘Moniek,’ riep ik. Er klonk gestommel uit de caravan. Een man deed de deur open.

            ‘Ze komt eraan,’ zei hij. Er klonk nog wat gestommel en even later stond Moniek in de deuropening.

            ‘Hooooi,’ zei ze langzaam. Sloom haalde ze een hand door haar haar. Ze keek me aan, het was alsof ze me niet zag. Haar bloes hing uit haar broek. Hoewel, ze had geen broek aan!

            ‘Moniek, je hebt geen broek aan.’

            ‘Euh, neeee… eh… wacht maaaar.’ Ze ging naar binnen en het werd stil. Ineens stond ze weer in de deuropening. Met een spijkerbroek.

            ‘Daar is mijn moeder,’ zei ze. ‘Waar is je vader?’

            ‘Geen idee. Misschien in de boerderij voor het optreden?’

            ‘Oooo. De boerderij… Welk optreden?’

            ‘Voor een band van Op volle toeren. Hoor maar.             ‘Gadverdamme. Ik voel me al zo vies.’ Ze stapte toch uit de caravan. We liepen naar de boerderij waar in de woonkamer een band speelde. Vier mannen die de hele tijd hetzelfde liedje speelden, als een mantra. Doe Maar. Het klonk als een echte Op volle toeren-band. Nee, dit ging nooit wat worden. Doe Maar was de nieuwe New Four.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.