Hoofdstuk 1. Centrum en periferie

Ik stak de schroevendraaier direct in zijn hals. In werkelijkheid moet het sneller zijn gegaan dan in mijn herinnering. Ik herinner het mij als een heel langzame actie… Er lag een schroevendraaier in de vensterbank, een kruiskopschroevendraaier met een blauw handvat. Ik stond op, liep naar de vensterbank, pakte de schroevendraaier en stak Carlos ermee in zijn nek. Via de zijkant, achter zijn strottenhoofd, in het weke deel. Voel zelf maar, de voorkant van je hals is hard. Daar zit het strottenhoofd en daar kom je niet makkelijk doorheen. De achterkant is je nek en daar zitten botten, ook niet om door te komen. Je moet daartussen steken, wie aan de zijkant van de hals steekt, steekt raak. Je mes, of je schroevendraaier, glijdt daar vrij eenvoudig naar binnen. Steek door, zo ver mogelijk naar binnen. Carlos keek me arrogant aan alsof hij niets voelde. Waarschijnlijk voelde hij ook niets, want die arrogante klootzak voelde nooit iets. Ik duwde de schroevendraaier verder zijn nek in, het klonk alsof ik een kipfilet doormidden sneed, zacht en smeuïg. Er was geen bloed. Ik trok de schroevendraaier eruit en toen kwam er wel een straal bloed mee. Carlos bleef me hautain aankijken. Ik kon het niet aanzien! Wat een ongelofelijke lul! Daarom stak ik de schroevendraaier in zijn oog. Ik pakte zijn kop vast met mijn linkerhand en met rechts stak ik de schroevendraaier in zijn linkeroog. Er klonk een klein plopje toen zijn oogbol knapte. Ik duwde door tot aan het handvat, tot ik de punt van de schroevendraaier hoorde schuren tegen de binnenkant van zijn schedel. Er spoot een flinke pulserende straal bloed uit het gat in zijn nek. Blijkbaar had ik een slagader geraakt. Het bloed maakte mij sterk. De rode straal gaf mij de kracht om de schroevendraaier een halve slag te draaien. Carlos maakte geen geluid, de schroevendraaier wel – opnieuw klonk er gekras uit zijn kop. Hoe lang zou het duren voor hij dood was? Ik vreesde dat het heel kort zou zijn. Te kort. Carlos moest lijden, want zijn lijden zou mij beter maken. Zijn lijden was mijn verlossing. Carlos was ineengezakt. Ik hield hem vast aan zijn kop, de schroevendraaier hield ik vast als een handvat. Het bloeden werd meteen een stuk minder krachtig, de harde pulsen stokten en het bloed stroomde nog maar lichtjes. Alle kracht die Carlos eenmaal bezat verdeelde zich over mij. De grote rode plas bloed op de betonnen vloer straalde helder. Ik liet Carlos van de schroevendraaier afglijden en met een zachte plof viel hij in zijn eigen bloed. Krachteloos, aan dat bloed had hij niets meer – het was mijn bloed geworden, ik was de overwinnaar. Triomfantelijk hield ik de schroevendraaier omhoog, het moordwapen was mijn prijs geworden. Ik was een volledig mens geworden, ik was compleet. Het had mij geen moeite gekost, dat was het bewijs dat mijn daad rechtvaardig was. Alles was helder in mijn hoofd, ik wist wat ik nu moest doen.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.