Middeleeuwse toestanden!

Op 21 september werd ik in het klein auditorium van het Academiegebouw in Leiden geïnterviewd over de platte aarde, verboden boeken en andere kletspraat over de Middeleeuwen. Het publiek bestond uit ongeveer tachtig mensen.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Middeleeuwse toestanden!

Limoncello 2019

De limoncello is gebotteld. Laat de zomer nu maar komen. De kleur is wat flets, maar de smaak is goed. De citroenen lieten zich niet zo makkelijk schillen en ik was bang dat er daardoor te veel bitterheid op zou treden. Dat blijkt niet het geval. Er zit een klein beetje bitterheid in dat een verdieping van de smaak oplevert.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Limoncello 2019

Rick Brandsteder

‘Er groeit een hele generatie op die bij de naam Brandsteder denkt aan Rick in plaats van aan Ron,’ zei Joost Heijthuijsen onlangs. Nu denkt u bij de naam Joost Heijthuijsen waarschijnlijk helemaal niets, tot welke generatie u ook behoort – en dat geeft niets. Maar het was een opmerkelijke constatering van Joost Heijthuijsen. Ron Brandsteder… Voor de jongeren onder u (degenen die bij de naam Brandsteder aan Rick denken) zal ik uitleggen wie Ron is. Ron Brandsteder is de vader van Rick Brandsteder. Tot zover niks geks, want iedereen heeft een vader. Ook Ron Brandsteder heeft een vader: Ton Brandsteder (inmiddels overleden). Maar die Ron Brandsteder had een heel eigen carrière. Er is een tijd geweest (en sommigen beweren dat die tijd nog steeds voortduurt) dat men bij de naam Brandsteder meteen aan Ron dacht. Ron Brandsteder was eerst helemaal niet bekend, zelfs niet toen hij meedeed met een liedje dat een enorme hit was: Dokter Berhnard van Bonnie St. Claire. Ron Brandsteder was de stem van dokter Bernhard. Als dat liedje weer eens voorbijkomt op de radio en u hoort

Maakt u zich niet zo veel zorgen,
net was ik nog bij hem.
Hij slaapt nu zeker door tot morgen,
de zuster blijft bij hem.

dan hoort u Ron Brandsteder. In dit liedje ligt de geliefde van de vrouwelijke ik-verteller in het ziekenhuis. Dokter Bernhard stelt haar gerust: er is niks aan de hand. Maar aan het einde van het liedje krijgt de ik-verteller toch een akelige mededeling. Wat er precies aan de hand is, weten we niet. Of de geliefde zal snel overlijden, of hij is net overleden. Dokter Bernhard had haar dus valse hoop gegeven. Wat een lul ben je dan! Zelf denk ik dat dokter Bernhard de patiënt eigenhandig vermoord heeft om de vrouwelijk ik-verteller in te pikken. Helaas krijg ik dat bewijs niet rond, maar luister eens naar de intonatie van die dokter. Je hóórt het gewoon. En Ron Brandsteder speelt deze lul met verve en met groot plezier. Ron Brandsteder is een man van de liefde. Na deze monsterhit richtte Ron Brandsteder zich op een tv-carrière. Befaamd was zijn Showbizzquiz, een spelshow die ik vaak gezien moet hebben, maar waarvan ik me niets meer kan herinneren. Een slecht geheugen is a joy forever. Daarna kwam de echte klapper van Ron Brandsteder: Ron’s Honeymoonquiz. In dit tv-programma speelden drie pasgetrouwde stellen spelletjes tegen elkaar. De winnaar kon een huwelijksreis winnen. Ron Brandsteder is een man van de liefde, het kan niet genoeg gezegd worden.

Ron Brandsteder wist zich intussen ook voort te planten. Voor zover bekend heeft hij twee zonen: Rick en Robert. Over Robert Brandsteder is niets bekend, waarschijnlijk is hij hoofd bijzaken van een neveneffectenkantoor. Die Rick Brandsteder echter kunnen we persoonlijk verantwoordelijk houden voor de verruwing van de maatschappij, het verval der zeden en het einde van onze beschaving.

Wanneer het begrip ‘guilty pleasure’ echt doorgebroken is, weet ik niet – maar in mijn jeugd bestond het nog niet. Tegenwoordig is het een heel normaal begrip. Een guilty pleasure (ik zet er vanaf nu geen aanhalingstekens omheen) is een heimelijk pleziertje of een stiekeme geneugte. Zelf vind ik ‘stiekeme geneugte’ veel fraaier klinken dan guilty pleasure. Ik ben geen taalpurist die vindt dat al die Engelse woorden de ondergang van onze prachtige Nederlandse taal bewerkstelligen. Uiteindelijk gaat de Nederlandse taal zoals we hem nu kennen eraan, zoals ook het Middelnederlands ooit ten dode opgeschreven was. Zelf wisten de Middeleeuwers niet dat zij Middelnederlands spraken, hetgeen enigszins te vergelijken is met de Grieken en Romeinen die er geen idee van hadden dat zij in de klassieke oudheid rondliepen. Het Nederlands dat we nu spreken, spreekt men over een paar eeuwen niet meer. Wat men dan wel spreekt, is ongewis. Het heeft weinig zin om daarover te speculeren. Wel ben ik van mening dat de guilty pleasures de oorzaken zijn van de ondergang de Westerse beschaving, onder aanvoering van Rick Brandsteder. Hoewel ik niet weet hoe lang dat proces van ondergang nog zal duren. Maar dat dit proces reeds is ingezet, kan iedereen met eigen ogen zien als hij de tv aanzet, of met eigen oren horen als hij de radio aanzet.

De afgelopen jaren zijn alle culturele programma’s in de kliko gegooid. En helaas niet eens in de pmd-kliko, want dan zouden ze nog gerecycled kunnen worden. Nee, ze zijn gewoon in de grijze kliko gedonderd. Wat is ervoor in de plaats gekomen? Niet veel goeds, vrees ik. Jazeker, af en toe komt er een programma op de buis dat pretendeert over cultuur te gaan. Zo was er de S.P.E.L.-show van Astrid Joosten, een programma dat beweerde over taal te gaan, maar dat uiteindelijk slechts de spelling van het Nederlands als onderwerp had. Uiteraard werd deze quiz gespeeld met bekende Nederlanders (BN’ers). Die BN’ers vormen een pest op zichzelf. Zoals het Nederlandse agriculturele landschap al jaren verpest wordt door maïs, zo wordt het Nederlandse kunstculturele landschap al jaren verpest door de BN’ers. De media denken dat gewone mensen niet kunnen praten, dat gewone mensen doodslaan als ze een microfoon onder de neus geduwd krijgen. BN’ers praten de hele tijd door, zelfs als ze niets te zeggen hebben. Juist als ze niets te zeggen hebben. Een tijdje geleden werd ik gebeld door iemand van Radio 1. Men bereidde een item voor voor een of ander discussieprogramma over het literatuuronderwijs. Ik ben docent Nederlands, dus ik weet wel iets van het literatuuronderwijs, leuk dat ze aan mij dachten op de redactie. Of ik interesse had om naar de studio te komen zodat ik mee kon doen aan de discussie. Nou, dat had ik wel. Eerst moest men natuurlijk wat meer weten over mij en mijn opvattingen over het literatuuronderwijs. Na een telefoongesprek van drie kwartier waarin mij van alles gevraagd werd over al dan niet verplichte literaire werken, literatuurgeschiedenis, leesplezier en wat al dies meer zij, was het gesprek voorbij. Ik zou later op de dag teruggebeld worden voor concrete afspraken. Misschien verwacht u nu dat ik zou schrijven: ‘Ik werd echter helemaal niet teruggebeld.’ Maar dat zou een leugen zijn. Ik werd wel teruggebeld, met de mededeling dat de redactie toch had gekozen voor een discussie tussen Christaan Weijts en Thomas von der Dunk. ‘Want het moet wel een pittige discussie worden met gedurfde uitspraken.’ Ik heb de uitzending niet beluisterd, een discussie over onderwijs tussen twee mensen die niet als docent werkzaam zijn is een nondiscussie. Wat Weijts en Von der Dunk vinden over Nooit meer slapen in 5vwo boeit mij voor geen meter. Dat zijn roeptoeters aan de zijlijn, die in de landelijke dagbladen clichématige en achterhaalde opvattingen over stoffige docenten Nederlands spuien. Overigens moeten die roeptoeters er ook zijn, maar bij een inhoudelijke discussie kun je ze niet gebruiken. Weijts en Von de Dunk hebben als taak stof doen opwaaien, om vervolgens een stapje terug te doen voor de experts op dat gebied. Waarschijnlijk was het de bedoeling dat het Radio1luisterend publiek in de handjes zou knijpen bij Christiaan Weijts en Thomas von der Dunk. Zij behoren tot de culturele elite, zij schrijven af en toe een boek. Daarom kunnen zij overal over meepraten. Stel dat er een programma zou zijn over de kunst van het vioolspelen, dan nodig je Weijts en Von der Dunk uit in plaats van Janine Jansen.

Het is een achterhoedegevecht. De experts zijn al ingewisseld voor algemene intellectuelen, de volgende stap die komen gaat, is dat zij het veld moeten ruimen voor echte BN’ers als Dries Roelvink, Frans Bauer, Patty Brard en Rick Brandsteder. Op tv is al geen enkel serieus programma meer over cultuur, roeptoeter ik hier langs de zijlijn. Dat is niet helemaal waar, en dat weet ik ook wel. Jeroen Krabbé maakt best aardige programma’s over schilders als Picasso en Gaugin, Martin Koolhoven krijgt af en toe een kwartier om zinnige dingen te zeggen over filmgeschiedenis en soms wordt er een buitenlandse documentaire aangekocht over een of andere fotograaf. Maar wordt er wel eens een half uur gepraat over een recent verschenen boek? Nou nee, eigenlijk niet. Niet op tv. Wel op de radio, althans, als zo’n radioprogramma niet onderbroken wordt door sportuitslagen. Of wel op de radio, maar dan om middernacht. Dat zo’n radioprogramma dan de titel mee kan krijgen van een van de beste boeken uit de twintigste eeuw is dan mooi meegenomen: Nooit meer slapen. Hahaha! Leuk is dat. Maar vind u het heel erg als ik dan toch wel ga slapen? Ik geef morgenochtend het eerste uur les. Misschien wel over Nooit meer slapen.

Overal op radio en tv zijn bekende Nederlanders. Frans Bauer in China geldt als cultureel programma, of als journalistiek onderzoeksprogramma. Frans Bauer weet immers veel van de Chinese cultuur, omdat hij vaak Chinees eet. Of zo. Wat nog niet zo lang geleden begon als postmodern ironisch genieten van de slechte smaak is doorgegroeid naar de oppervlakte. Ooit was het leuk om als dronken student Dokter Bernhard van Bonnie St. Clair en Ron Brandsteder te lallen. Dit ironisch genieten van de slechte smaak heette camp. Wat camp precies was en waar het vandaan kwam, is onduidelijk. Het zou overgewaaid kunnen zijn uit Amerika, waar studenten op de campus het hogere en het lagere paarden tot een postmodern amalgaam van, tja, van wat? Van het hogere en het lagere. Het woord ‘campus’ ontwikkelde zich tot ‘camp’ en veroverde de rest van de Westerse wereld. Dat was terecht, want kitsch is leuk. Bovendien bestaat hogere kunst bij de gratie van lagere kunst. Het centrum bestaat bij de gratie van de periferie. Goede popmuziek bestaat omdat er ook slechte popmuziek bestaat. De liedjes van Pavement zijn extra goed, als je weet welke muziek Frans Bauer maakt. Dat maakt de muziek van Frans Bauer dus interessant: het is zo slecht, dat het weer goed wordt. Die postmoderne notie moet je als moderne wereldburger hebben. Je kunt niet alleen maar luisteren naar Janine Jansen en Nooit meer slapen lezen. Je mag, nee, je moet je guilty pleasures hebben. Vooral in je studententijd mag je de tijd nemen om te ontdekken hoe de wereld in elkaar zit. Van je docenten krijg je de hoogculturele wereld mee, ’s avonds in de kroeg ontdek je de laagculturele wereld. Op de universiteit krijg je wetenschapsfilosofie, op de sociëteit krijg je Dries Roelvink. Studeren kent een officieel en een officieus programma – maar alleen voor het officiële programma kun je studiepunten krijgen. Het officieuze programma levert goede verhalen op over guilty pleasures. Wie blèrde het hardst mee met Dokter Bernhard? Wie benaderde het best het donkerbruine timbre van Ron Brandsteder? En als je dan ook nog weet dat dit liedje oorspronkelijk Engelstalig was met de titel Sister Mary, dan ben je helemaal de bom! Vertaald door Peter Koelewijn! Ja, die dingen leer je niet bij wetenschapsfilosofie, maar ze zijn ook belangrijk in het leven. Waarschijnlijk is de naam Ron Brandsteder bekender van de naam Janine Jansen. Overigens betwijfel ik of veel mensen weten dat dokter Bernhard gespeeld werd door Ron Brandsteder, maar dat terzijde.

Wat nog niet zo lang geleden een guilty pleasure was, is nu de norm geworden. Alle hogere cultuur lijkt te moeten verdwijnen om plaats te maken voor de vertegenwoordigers van de lagere cultuur. Temptation Island was eerst een guilty pleasure. Je mocht er niet naar kijken, maar je deed het toch. Je zat je stiekem te verkneukelen bij de gedachte dat die jonge mensen vreemd zouden gaan. De presentatoren van eerste seizoenen versterkten die gedachtes, ze deden het allemaal een beetje stiekem. Totdat in 2016 Rick Brandsteder de presentatie overnam. Hij ging er met gestrekt been in. Hij maakte daarmee het ordinaire populair en hij doorbrak de stilzwijgende afspraak dat guilty pleasures heimelijk moesten blijven. Ron Brandsteder was camp, zijn zoon Rick is te ver gegaan. Ik moet er niet aan denken wat een kind van Rick Brandsteder zal gaan doen op tv. We kunnen proberen de ondergang van onze beschaving een halt toeroepen door Rick Brandsteder vriendelijk te verzoeken zich niet voort te planten.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Rick Brandsteder

Janine Jansen

Op dinsdag 16 juli 2019 werd Nederland ’s ochtends vroeg geschrokken wakker van een alarmerend bericht in Het Parool: ‘Meer dan driekwart van de Nederlanders heeft nog nooit gehoord van Janine Jansen.’ Men was in shock. Het Parool vertelt iets meer over Janine Jansen: ‘Zij geldt als de bekendste musicus van het land. Als zij in het Concertgebouw speelt, zit de zaal vol, ongeacht wat er op het programma staat.’ Dus zo alarmerend is het dus ook allemaal niet – om op een conclusie vooruit te lopen, want Janine is de bekendste musicus van het land en ze trekt volle zalen. Niets aan de hand, mensen, u kunt gewoon doorlopen. Toch gaat het artikel verder in mineur. Een zekere Thomas Steffens vindt het droevig dat 76% van de Nederlanders niet weet wie Janine Jansen is. Zelf denk ik daar heel anders over. Ik vind het geweldig dat maar liefst 24% van de Nederlanders Janine Jansen kent.

Laat ik beginnen met op de man spelen: Thomas Steffens is de oprichter van een streamingsdienst voor klassieke muziek. Uiteraard vindt hij het droevig dat een groot deel van de Nederlanders een klassiek violiste niet kent. In plaats van een grote doelgroep voor zijn streamingsdienst (alle Nederlanders), moet hij het nu doen met een veel kleinere (24% van de Nederlanders). Dat scheelt hem driekwart aan mogelijke omzet. Ik geef Steffens geen ongelijk, een ondernemer heeft liever een grote doelgroep dan een kleine. Laten we rekenen met door mij volstrekt uit de lucht gegrepen getallen. Stel dat 1% van de doelgroep interesse heeft in de streamingsdienst van Steffens en stel dat die dienst 1 euro kost. Als alle Nederlanders tot de doelgroep behoren, dan zijn dat op dit moment ruim 17.000.000 mensen. 1% daarvan is 170.000 en die betalen 1 euro. Paf! € 170.000 omzet. Helaas is driekwart van de Nederlanders onbekend met Janine Jansen. De doelgroep bestaat daarmee uit 4.250.000 mensen. 1% daarvan is 42.500 mensen die 1 euro willen betalen. Dat scheelt een slok op een borrel. Thomas Steffens heeft er alle baat bij dat zoveel mogelijk Nederlanders bekend worden met Janine Jansen zodat een zo groot mogelijk groep gebruik zal maken van zijn diensten. Uit commercieel oogpunt heeft Steffens gelijk.

Aan de andere kant moet Steffens natuurlijk niet zeuren. In de inleidende alinea van het artikel in Het Parool staat dat Janine Jansen de bekendste musicus is. Dat is natuurlijk prachtig! Stel je voor: een violiste van wie 76% van de Nederlanders nog nooit gehoord heeft is de bekendste musicus! Eat your heart out, Frans Bauer. Fuck you, Jan Smit. Bugger off, George Baker. Get lost, Anita Meijer. Janine Jansen rules. Niet voor het een of het ander, maar hoe kan Het Parool nou in één alinea zeggen dat Janine Jansen de bekendste musicus van Nederland is én dat driekwart van de mensen nog nooit van haar gehoord heeft? Dit is meer dan een contradictio in terminis, dit is slechte journalistiek. De inleidende alinea weet ons bovendien te vertellen dat Janine Jansen keer op keer het Concertgebouw vol weet te krijgen. Wauw! Dat is toch te gek? Wat wil een muzikant nog meer? Binnen het genre geldt het Concertgebouw als het nec puls ultra van de concertgebouwen. En de onbekende legende Janine Jansen verkoopt dat Concertgebouw gewoon uit. Het Concertgebouw is zo’n goed concertgebouw dat het niet eens een eigen naam hoeft te hebben. Zoals Aristoteles in de Middeleeuwen ‘de filosoof’ genoemd werd, zo noemen we het belangrijkste concertgebouw van Nederland ‘het Concertgebouw’. Er is slechts één het Concertgebouw, dus zelfs al zou Janine Jansen het willen, dan kan zij niet meer dan in dat ene Concertgebouw spelen. Ja, er zijn grotere zalen. Ze zou kunnen proberen om de Kuip vol te krijgen, maar hé! De Kuip… dat is niet het Concertgebouw hè?

Wie is Janine Jansen eigenlijk? Want er is 76% kans dat u niet weet over wie ik het eigenlijk heb. Janine Jansen is een klassiek geschoold violiste, ze studeerde in 1998 af aan het conservatorium in Utrecht. Studeren aan een conservatorium is heel wat! Daar kom je niet zomaar op. Wie aan de pedagogische academie voor het basisonderwijs (pabo) wil studeren, overlegt zijn havodiploma, betaalt zijn collegegeld en gaat studeren. En zo zit het met andere studies aan hogescholen ook. Wie echter aan het conservatorium wil studeren, moet een toelatingsexamen doen – je komt immers niet zomaar binnen. Kinderen studeren jarenlang op een instrument om op het conservatorium te komen, om het loodzware toelatingsexamen te halen. Ik heb daar veel bewondering voor, ik was een luie aap. Een toonladder in C kon ik op een toetsenbord wel voor elkaar krijgen, maar voor een toonladder in D moest ik extra nadenken. Hoeveel kruizen komen er dan bij? Twee? En waar zitten die dan? Zijn dat dan de fis en de cis? Met deze muzikale kennis kom je het conservatorium niet binnen. En dat is natuurlijk terecht. Janine Jansen lukte het wel, ogenschijnlijk met twee vingers in de neus. Ik weet niet hoeveel kinderen proberen toegelaten te worden tot het conservatorium en hoeveel er daarvan het examen niet halen. Het zou me niets verbazen als 76% niet door het examen heen komt. Als je wel toegelaten wordt, dan knallen thuis de champagnekurken tegen het plafond, dan is het groot feest. Wat een prestatie heeft het kind geleverd. Deze zin kun je ook heel ironisch uitspreken, maar ik meen het heel serieus. Het is ongelofelijk knap wat die kinderen doen. En het is ongelofelijk knap wat ze daarna op dat conservatorium allemaal nog bijleren.

Helaas is een geslaagde studie aan het conservatorium geen garantie voor artistiek succes. Niet iedere alumnus speelt de eerste viool in het Concertgebouw. Dat kan ook helemaal niet, want er zal altijd iemand de tweede viool moeten spelen, en de derde (en misschien ook wel de vierde). Er zal bovendien iemand vioolleraar moeten worden. Dat is het vooruitzicht van de meeste conservatoriumstudenten: muziekleraar. Er is niks mis met dat beroep, helemaal niet. Het beroep van leraar is een van de belangrijkste beroepen in onze maatschappij, of je nu onderwijzer bent in groep 1, wiskundedocent in 6vwo of pianoleraar aan huis. De muziekleraar mag trots zijn op zijn beroep. Het gekke is dat het verschil zo groot is. De leerling die na 5havo naar de pabo gaat, wordt gewoon gefeliciteerd, de leerling die naar het conservatorium gaat wordt uitbundig gefeliciteerd met vele bravo’s en andere vormen van feestgezang. Het eindresultaat is echter in beide gevallen hetzelfde: ze worden leraar. Maar er zijn altijd uitzonderingen, Janine Jansen is zo’n uitzondering. Daar klampt de conservatoriumstudent zich aan vast, aan de hoop zo goed worden als Janine Jansen. Het idee van een bestaan als muziekdocent wordt zo lang en zo ver mogelijk voor zich uitgeschoven. Het ideaal van de bewonderde briljante klassiek solist wordt zo lang mogelijk gekoesterd. Het zal echter de realiteit zijn voor minstens 76% van de afgestudeerden. Maatschappelijk gezien is muziekonderwijs aan kinderen meer waard dan het in vervoering brengen van de bezoekers van het Concertgebouw. Maar dat idee past niet in het ideaalbeeld van de romantische kunstenaar.

De conservatoriumstudent dient zichzelf te zien als een Paganini die hordes gillende meisjes onder zijn hotelkamerraam had staan. Dat van die gillende meisjes zal verder wel meevallen, maar het is Janine Jansen gelukt om een leven te leiden van romantisch kunstenaar. Ze trekt rond over de wereld en waar zij optreedt, wordt zij geroemd om haar snarenspel. Je zou bijna zeggen dat het Janine Jansen de personificatie van de sex and drugs and rock ’n roll is. Het is dat ze geen rock ’n roll speelt en dat ze zo veel moet repeteren dat er amper tijd zal zijn voor sex and drugs. Dat denk ik, he? Misschien zijn dat de vooroordelen die ik heb bij klassieke musici. Een klassiek musicus mag zich hooguit een keer per jaar laten gaan in Disneyland Parijs, maar daarna moet hij weer gewoon heel veel toonladders oefenen. Ik ken niet veel klassieke musici en de klassieke musici die ik ken hebben zich om laten scholen tot docent Nederlands. De kans dat ik nu uit mijn nek zit te kletsen zou best wel eens groter dan 76% kunnen zijn. Maar hopelijk begrijpt u wat ik bedoel.

Hier raak ik wel het volgende punt. De afgestudeerde conservatoriumstudent die het voor elkaar krijgt om geen muziekleraar, maar optredend solist te worden, gaat een leven tegemoet van naspel. Mensen als Janine Jansen zijn extreem goede musici. Nu is De vier jaargetijden van Vivaldi enigszins clichématig, maar zoals Janine Jansen het speelt… werkelijk prachtig. Wat er precies zo goed aan is, kan ik niet onder woorden brengen. Ik weet het ook niet, want ik heb bijzonder weinig verstand van dit type muziek. Ik moet het helaas doen met ‘mijn mening’. Ik luister en ik vind er iets van. Vind ik het beter of slechter dan uitvoeringen van andere musici? Ik zou het niet weten. Ik heb ook niet de neiging om dat te onderzoeken. Bij sommige composities heb ik die neiging wel, bij Stabat mater van Pergolesi bijvoorbeeld, of bij Die Dreigroschenoper van Weill. De vier jaargetijden van Vivaldi zijn me echter worst. Desalniettemin heb ik al jaren de cd waarop Janine Jansen dit stuk speelt in mijn bezit, en ik beluister deze cd geregeld. Daar gaat het nu niet om. Waar het om gaat, is de tragiek van de klassieke musicus; de tragiek van het naspel. Hoe goed Janine Jansen ook viool speelt, ze speelt altijd iets na. Hoe goed het orkest dat altijd in het Concertgebouw speelt ook is (dat orkest heeft de efficiënte naam het Concertgebouworkest), ze spelen altijd iets na. Eigen inbreng wordt niet op prijs gesteld. Het Concertgebouworkest is dus een coverband. We kunnen heel sjiek doen over klassieke muziek en we kunnen ons in een mooi zwart pak hijsen als we een avondje naar het Concertgebouworkest gaan luisteren in het Concertgebouw (moet je dan een smoking aan? Of jacquet? Of rok? Ik weet het niet), uiteindelijk luister je naar de Beeethoven-naspeelband. Een valse noot is er niet te horen, maar een originele noot ook niet. Dat vind ik toch altijd wel een beetje jammer-de-bammer. Heb je zo je best gedaan om op dat conservatorium te komen; heb je zo je best gedaan om dat ideaal van optredend klassiek musicus te halen… moet je netjes naspelen wat een ander ooit opgeschreven heeft. Hoe goed Janine Jansen ook is en hoe fraai ik haar Vier jaargetijden ook vind, uiteindelijk zit ze dus in de Vivaldi Tribute Band.

George Baker is vanwege dat vreselijke Una paloma blanca wereldwijd vele malen bekender dan Janine Jansen – maar hij heeft dat liedje wel zelf geschreven. En toen Tarantino Little green bag opnam in de soundtrack van Reservoir Dogs, werd George Baker weer een beetje bekender (bovendien bij een andere groep mensen). George Baker verdient dat ook, want hij is de bedenker van die liedjes. Dat George Baker tegenwoordig nog bekender is geworden door die domme tv-reclames voor de Aldi, telt ook mee. Wie kent echter de gitarist van de Nederlandse Queen Tribute Band? Niemand natuurlijk. En dat is volstrekt logisch. Het is Kees Lewiszong. Kees Lewiszong speelt gitaar in de Nederlandse Queen Tribute Band, zoals Janine Jansen viool speelt in de Nederlandse Vivaldi Tribute Band. Klagen dat 76% van de Nederlanders Janine Jansen niet kent, is nutteloos. Het betekent dat maar liefst 24% van de Nederlanders Janine Jansen wél kent. Dat is enorm veel. 4.250.000 Nederlanders kennen Janine Jansen. Voor iemand die in een coverband speelt, is dat dus echt heel veel – maar dan ook echt heel veel. Wat moet Janine Jansen doen om nog bekender te worden? Om boven die 24% uit te stijgen? Ik denk dat ze zelf liedjes zal moeten schrijven. Drie akkoorden zijn dan genoeg, ingewikkelder mag, maar in principe zijn drie akkoorden genoeg. Met A-D-E komt ze al heel erg ver. Als ze daarna de pias uithangt in wat domme tv-reclames, dan zal de bekendheid van het merk Janine Jansen ook wel stijgen. Voorlopig is 24% bekendheid wel genoeg voor iemand in het cover-circuit.

https://www.parool.nl/kunst-media/brekend-nieuws-janine-jansen-is-een-klassiek-violiste~b74caafd/

Posted in Geen categorie | Comments Off on Janine Jansen

Der Himmel

Zojuist viel de Duitse vertaling van de Zeeuwse sonnettenkrans De hemel strooit zijn sterren aan de kant in de bus. Bestel deze bundel voor al je Duitse vrienden die graag naar Zeeland komen!

Dit is de Duitse vertaling van De hemel strooit zijn sterren aan de kant. Te bestellen met ISBN 9789402194401.
Posted in Geen categorie | Comments Off on Der Himmel