Moderne Letterkunde (2016-2017)

Deze module loopt over twee periodes. In de eerste (periode 2) zijn er hoorcolleges, in de tweede (periode 3) zijn er hoor- en werkcolleges. Er hoort ook een syllabus bij. Hier op deze pagina kun je wekelijks zien wat het onderwerp van het hoorcollege en wat het huiswerk is, welke boeken er tijdens de werkcolleges besproken worden, kun je ook al zien.

Periode 2

Hoorcollege 1

Wat voorafging: het naturalisme en de Tachtigers

Huiswerk voor hoorcollege 2: Begin alvast maar met de boeken voor de volgende periode.

Hoorcollege 2

Generatie van 1910 en Neoromantiek

Huiswerk voor hoorcollege 3: –

Hoorcollege 3

Modernistische stromingen

Huiswerk voor hoorcollege 4: –

Hoorcollege 4

Paul van Ostaijen

Huiswerk voor hoorcollege 5: Lees Albert Helman, Mijn aap schreit.

Hoorcollege 5

Freud, cadavre exquis, écriture automatique

Huiswerk voor hoorcollege 6: Lees Maurice Roelants, De jazz-speler 

Hoorcollege 6

Vitalisten: Hendrik Marsman, A. den Doolaard.

Huiswerk voor hoorcollege 7: Probeer M. Revis, 8.100.000m2 zand te lezen. Wedstrijdje: wie komt het verst?

Hoorcollege 7

Nieuwe Zakelijkheid, Forum

Periode 3

Hoorcollege 1

Existentialisme, Paul Rodenko

Hoorcollege 2

Vijftigers

Hoorcollege 3

Zestigers

Hoorcollege 4

Hermetische poëzie, Hans Faverey, Jotie T’Hooft, Academisme/Revisor-proza

Hoorcollege 5

Light verse / plezierdichten

Hoorcollege 6

W.F. Hermans en Gerard Reve

Hoorcollege 7

 

Hoorcollege 8

Diversen.

MONDELINGEN OP 18 APRIL

***

Periode 3

Er zijn vijf lokaaltjes beschikbaar, dit betekent dat jullie je in vijf groepen moeten onderverdelen. B = Mollergebouw, Z = Zijengebouw

Werkcollege 1 

7 februari: B2.05 / 2.09 / 2.10 / 2.11 / 2.12

Planning: wie doet wat? Ieder literair werk wordt door iedereen gelezen. Twee mensen bereiden een presentatie voor, waarbij gelet wordt op thema’s, motieven, personages, stijl en (vooral) de plaats in de literatuurgeschiedenis (want daar gaat het tentamen over). Tot welke stroming behoort het werk en waarom? Ga niet je tijd verdoen met de samenvatting van het verhaal. Ieder werkcollege kent een voorzitter die beurten geeft, vragen stelt en de tijd in de gaten houdt. Ieder literair werk krijgt 15 minuten bespreektijd.

Werkcollege 2

14 februari: Z0.15 / Z0.16a / 0.17 en B2. 10 / 2.11

  1. Nescio: De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje (1918)
  2. Hendrik Marsman: Verzen (1920)
  3. J.C. Bloem: Het verlangen (1921)

Werkcollege 3

21 februari: B2.05 / 2.09 / 2.10 / 2.11 / 2.12.

  1. Martinus Nijhoff: Nieuwe gedichten (1934)
  2. Simon Vestdijk: Meneer Vissers hellevaart (1936)
  3. M. Vasalis: Parken en woestijnen (1940)

Werkcollege 4

7 maart: B2.05 / 2.09 / 2.10 / 2.11 / 2.12.

  1. Gerard Reve: De avonden (1947)
  2. Hella S. Haasse: Oeroeg (1948)
  3. Louis Paul Boon: Menuet (1948)
  4. Lucebert: Apocrief/De analphabetische naam (1952)

Werkcollege 5

14 maart: Z0.17 en B2.10 / 2.11 / 2.12 / 2.09.

  1. Hugo Claus: Een bruid in de morgen (1955)
  2. Ivo Michiels: Het afscheid (1957)
  3. W.F. Hermans:  De donkere kamer van Damokles (1958)
  4. Jan Wolkers: Kort Amerikaans (1962)

Werkcollege 6

21 maart: Z0.17 en B2.05 / 2.09 / 2.10 / 2.11.

  1. Rutger Kopland: Het orgeltje van Yesterday (1968)
  2. Harry Mulisch: Twee vrouwen (1975)
  3. Frans Kellendonk: Bouwval (1977)

Werkcollege 7

28 maart: Z0.16a / Z0.17 en B2.09 / 2.10 / 2.11.

  1. Karel van het Reve: Uren met Henk Broekhuis (1978)
  2. K. Schippers: Een leeuwerik boven een weiland (1980)
  3. Tom Lanoye: Hanestaart (1990)

Comments are closed.