Moderne letterkunde (2015-2016)

Deze module loopt over twee periodes. In de eerste (periode 3) zijn er hoorcolleges, in de tweede (periode 4) zijn er hoor- en werkcolleges. Er hoort ook een syllabus bij.

Periode 3

 

Hoorcollege 1: Inleiding, Beweging van Tachtig

Jacques Perk

Willem Kloos

Hoorcollege 2: Poëtica (mimetisch / expressionistisch / pragmatisch / autonomistisch). 1910 en neoromantiek: Adriaan Roland Holst, J.A dèr MouwJ.J. Slauerhoff, J.C. Bloem, Arthur van Schendel.

Hoorcollege 3: Avant garde in de beeldende kunst

Hoorcollege 4: 1916: Paul van Ostaijen, Theo van Doesburg.

Hoorcollege 5: Freud, cadavre exquis. Lees Albert Helman, Mijn aap schreit.

Hoorcollege 6: Vitalisten: Hendrik Marsman, A. den Doolaard. Lees Maurice Roelants, De jazz-speler

Hoorcollege 7: Studenten afwezig

Hoorcollege 8: Docent afwezig

 

Periode 4

Deze periode kent hoorcolleges en werkcolleges.

Hoorcollege 1: (Literair) modernismeForum: Eduard du Perron, Menno ter Braak, Nescio, Willem Elsschot. Martinus Nijhoff. Nieuwe Zakelijkheid: lees M. Revis, 8.100.000 m3 zand.

Hoorcollege 2: Existentialisme, W.F. Hermans, De elektriseermachine van Wimshurst

Hoorcollege 3: Vijftigers (bierdrinkend) en hun bundel Atonaal

Hoorcollege 4: Zestigers

Hoorcollege 5: Processen W.F. Hermans en Gerard Reve

Hoorcollege 6: Hermetische poëzie, Realisme, Academisme, Jotie T’Hooft, Junkieverdriet, light verse

Hoorcollege 7: Feminisme, De Maximalen

Hoorcollege 8: Uitloop / proeftentamen

 

Voor de werkcolleges worden vijf groepen gevormd. De genoemde lokalen zijn in het Zeijen-gebouw.

Werkcollege 1, 26 april

Planning: wie doet wat? Ieder literair werk wordt door iedereen gelezen. Twee mensen bereiden een presentatie voor, waarbij gelet wordt op thema’s, motieven, personages, stijl en (vooral) de plaats in de literatuurgeschiedenis (want daar gaat het tentamen over). Tot welke stroming behoort het werk en waarom? Ga niet je tijd verdoen met de samenvatting van het verhaal. Ieder werkcollege kent een voorzitter die beurten geeft, vragen stelt en de tijd in de gaten houdt. Ieder literair werk krijgt 15 minuten bespreektijd.

Lokalen: 5, 9, 10, 11 en 17

Werkcollege 2, 10 mei

  1. Nescio: De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje (1918)
  2. Hendrik Marsman: Verzen (1920)
  3. J.C. Bloem: Het verlangen (1921)

Lokalen: 5, 10 en 14 (en twee lokalen elders…)

Werkcollege 3, 17 mei

  1. Martinus Nijhoff: Nieuwe gedichten (1934)
  2. Simon Vestdijk: Meneer Vissers hellevaart (1936)
  3. M. Vasalis: Parken en woestijnen (1940)

Lokalen: 5, 9, 10, 15 en 17.

Werkcollege 4, 24 mei

  1. Gerard Reve: De avonden (1947)
  2. Hella S. Haasse: Oeroeg (1948)
  3. Louis Paul Boon: Menuet (1948)
  4. Lucebert: Apocrief/De analphabetische naam (1952)

Lokalen: 5, 9, 10, 15, en 17

Werkcollege 5, 31 mei

  1. Hugo Claus: Een bruid in de morgen (1955)
  2. Ivo Michiels: Het afscheid (1957)
  3. W.F. Hermans:  De donkere kamer van Damokles (1958)
  4. Jan Wolkers: Kort Amerikaans (1962)

Lokalen: 5, 7, 8, 9 en 10.

Werkcollege 6, 7 juni

  1. Rutger Kopland: Het orgeltje van Yesterday (1968)
  2. Harry Mulisch: Twee vrouwen (1975)
  3. Frans Kellendonk: Bouwval (1977)

Lokalen: 5, 9, 10, 15 en 17.

Werkcollege 7, 14 juni

  1. Karel van het Reve: Uren met Henk Broekhuis (1978)
  2. K. Schippers: Een leeuwerik boven een weiland (1980)
  3. Tom Lanoye: Hanestaart (1990)

Lokalen: 5, 9, 10, 15 en 17.

Werkcollege 8

Uitloop

 

 

Comments are closed.