Medea

‘Maar ondertussen kookt mijn rode bloed.
Ik ben alleen met al mijn toverkracht
en, luid uitsnikkende, met al mijn gloed.
Dan ligt gij wakker, starend in den nacht.’

Medea pakt haar scherpe zwaard en ziet
een groene grijns van Gods gruwlijk gezicht.
Dan wolkt ze wierook op in wolken dicht,
en zingt ze naarstig een afschuwlijk lied.

‘O Jason, waarom moest jij toch gaan tinderen?
Ik vroeg je vriendelijk om dat te minderen.
O Jason, wat heb jij mij aangedaan?

Maar niemand, Jason, zal mij nu nog hinderen,
want met dit zwaard ga ik naar onze kinderen.
Toornige vreugde doet mij rechtop gaan.’

***

De laatste regel (van M. Vasalis) was gegeven. Daarnaast zitten er ook nog regels in van Martinus Nijhoff, Willem Kloos, Willem Elsschot en Jacques Perk.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.