Charles Baudelaire

Dit jaar is het 160 jaar geleden dat Les Fleurs du mal verscheen van Charles Baudelaire. Tevens is 2017 het 150ste sterfjaar van deze bijzondere dichter. Om deze belangrijke gebeurtenis te memoreren geeft Stichting Spleen in 2017 een tweetalige bundel uit met gedichten van Charles Baudelaire en daarbij de reflecties op zijn werk van ca. veertig Nederlandse en Vlaamse dichters. De Nederlandse gedichten werden vertaald in het Frans. De titel van de bundel luidt: Als engel, maar met roofdierogen, Je t’adore à l’égal de la voûte nocturne (ISBN 978-90-826406-0-1). Ik heb er ook een bijdrage geleverd en mijn gedicht is dus ook in het Frans vertaald.

  

Posted in Geen categorie | Comments Off on Charles Baudelaire

Een kruik vol oude pis

Hij is in de maak, de bundel met Tilburgse sonnetten. De proefdruk is er al. Meer informatie volgt.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Een kruik vol oude pis

Vlees en Grietje

Het huisje was van suikergoed, het dak
belegd met pannenkoeken, verder was
er praliné, en hé wat leuk: verras-
singsei (van Kinder), en ook salmiak.

Het rook er naar bonbons en harlekijn-
tjes, kruidnoot, speculaas en karamel,
naar borstplaat, Mozartkugel, ulevel,
kaneelstok, Lange Jan en marsepein.

En waar men keek, daar zag men Skittles, dropjes,
en polkabrokken, suikerbonen, no-
ga, schuimpjes, suikerspinnen, lolly’s, to-
verballen, pepermunt en Haagse hopjes.

‘Geef mij maar kip en worst en biefstuk, Hans,
wild zwijn en hazenrug, gebraden gans.’

 

Posted in Geen categorie | Comments Off on Vlees en Grietje

Spleen

Zondagmiddag 8 januari 2017 las ik sonnetten voor tijdens Spleen in het Einde van de Wereld.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Spleen

Martinus Nijhoff on drugs

Stel dat Martinus Nijhoff drugs had gebruikt:

‘De moeder de vrouw’

Ik ging naar Bommel om de brug
te zien. Ik zag de nieuwe brug.
Twee overzijden die elkaar
vermeden komen bij elkaar.

Ik was daar een minuut of tien,
mijn hoofd vol van het landschap wijd
en zijd uit de oneindigheid.
Ik zei: ‘Dat is mijn brug niet, vriend.’

Wat wiet gerookt, wat thee gedronken,
een pilletje of twee gekauwd,
een snuifje van dat witte poeder.

En stemmen in mijn oren klonken
als psalmen van een dekse vrouw:
‘Ik neuk je helemaal de moeder.’

Posted in Geen categorie | Comments Off on Martinus Nijhoff on drugs

Spleen op de Javakade

Zondag 8 januari 2017 lees ik sonnetten voor tijdens Spleen op het Einde van de Wereld. Andere dichters zijn Rinske Kegel, Willem Thies en Simon Mulder, de middag wordt gepresenteerd door Martin Wijtgaard.

Einde van de wereld, Javakade 61, Amsterdam, 14.00-16.00 uur.

 

Posted in Geen categorie | Comments Off on Spleen op de Javakade

Barg

Ik dacht: ‘Ik gooi Lucebert en De Aal eens bij elkaar.’ Het werd een Utrechts sonnet.

In Tilburg, Eindhoven, Roermond en Weert
bezondigt men zich aan de sis kebab.
De meepse barg die hé ne krul nze steert,
hij ligt (hoe jammer) nimmermeer in drab.

De meepse barg die hé ne krul nze steert.
Daar komen ze weer aan, zo stap voor stap,
hajee hajoo, die barg is gecastreerd.
Ze stampen met hun laarzen op de trap:

‘Hajee hajoo.’ Die barg is gecastreerd
en mager ook, daar gaat mijn vette hap.
De meepse barg die hé ne krul nze steert,
hij ligt (hoe jammer) nimmermeer in drab

om lekker af te koelen, Lesbia.
Kgr ah pfrt ah kgg ah kgr ah pfrt ah.

Bronnen: Lucebert en De Aal. En ook I.L. Pfeijffer, ‘De mythe van de verstaanbaarheid’ (maar daar heb ik geen linkje bij).

Posted in Geen categorie | Comments Off on Barg

Tilburgs Sonnet

Na de sonnettenkransenkrans, en – gestoeld op het idee van Peter Knipmeijer – het Utrechts Sonnettentrio, verzonnen Martijn Neggers en ik heden, vrijdag negen december, een nieuwe dichtvorm: het Tilburgs sonnet. Er zijn acht spelregels om een Tilburgs sonnet te schrijven. Aangezien jullie uiteraard meteen aan de slag willen, en wij de beroerdsten niet zijn, hebben we vast vier voorbeelden geschreven, om je in te lezen. Succes!

 Tilburgse sonnet

  1. Het metrum is de jambische pentameter
  2. De eerste drie versvoeten van regel 1 zijn de laatste drie versvoeten van regel 14.
  3. De laatste twee versvoeten van regel 13 zijn de eerste twee versvoeten van regel 14.
  4. Regel 14 staat op zichzelf en is een soort conclusie. Eigenlijk zou deze regel gewoon weg kunnen, dan krijg je een sonnet van 013 regels.
  5. De strofebouw is als volgt: kwatrijn, terzet, terzet, terzet, monostichon.
  6. Er is geen vast rijmschema. Het kwatrijn heeft bij voorkeur omarmend rijm, de overige strofen zijn helemaal vrij, een rijmschema als cde cde cde is mogelijk, of ccd eed ffd. De laatste regel hoeft niet te rijmen op een van de vorige regels.
  7. Het moet een klaagzang zijn.
  8. De titel heeft maximaal vijf woorden en moet de letters t, i, l, b, u, r en g bevatten.

Thuis regent het leven beter

Wat ik je brom, meneer: de bedden kraken,
het bier was schraal, het brood was taai en oud.
Het rookhok stonk en was nogal benauwd
en ook de obers bleven maar verzaken.

En zelfs de huisgemaakte uiensoep
was met een liter maggi niet te nassen;
het gaf me ’s nachts een lauw en wee gevoel.

Ik leef mijn leven niet boven een loep,
maar, lakens, kussenslopen, ongewassen?
Is dit nou ‘Horeca, en kein geloel?

Men is er doof voor ieder boe-geroep…
Het liefst zou ik eergister nog verkassen!
Kortom, het blijft me een gênante boel.

Genante boel, wat ik je brom, meneer.

Martijn Neggers

Luid gezeur en brute genen

Zowat de hele dag is er gezeik:
van hier te breed en daar te lang, en zus
en zo, de trein rijdt niet en ook de bus
is er steeds niet, wat zijn dat voor praktijk-

en? Waarom blijf ik maar zo snipverkouden?
Wat is dit nu weer voor een weersomslag?
Verdomme, alles is te veel gevraagd.

Maar laten we het nu gezellig houden.
Wat heb ik aan dit vreselijk gedrag?
Want alle rust wordt zo meteen verjaagd

met ja en nee, en dat in twintigvouden.
Het is vooral ook heel veel zelfbeklag
van haar, je ma. Je moeder klaagt.

Je moeder klaagt zowat de hele dag.

Bas Jongenelen

Willem Kloos in Tilburg

In ’t diepst van mijn gedachten zit ik in
de put. En alles vind ik stom gezever.

Mijn allerbeste vriend heet Fles Jenever
en hij heeft elke dag zo’n goede zin

om samen iets te maken van het leven
in Tilburg, om maar eens een stad te noemen.
Dus wij op pad, o ja, wat een genot.

Maar Tilburg is ver weg, dat duurt wel even.
Zo heb ik tijd om kettinkjes te loomen,
of ander knutselwerk, ik lijk wel zot

om zo de tijd te doden tot half zeven.
Ik zie de flats en torens al opdoemen,
wat is het lelijk, maar ik ben een god.

Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten.

Bas Jongenelen

Willem Elsschot in Tilburg

Want tussen droom en daad staan wetten in
de weg. Ja, zeker elke boerenlul
is reeds bekend met deze flauwekul.
Zelfs als een boer zijn Tilburgse boerin

wil doodslaan houdt hij zich nog in en slaat
haar niet, het Elsschotse cliché indachtig.
Het kutgedicht bezorgt de boer verdriet,

want steeds zijn daar die fokking droom en daad
en wetten, droom en daad, en godalmachtig!
’t Is elke keer hetzelfde fokking lied.

’t Is weinig wol en fokking veel geblaat,
die droom en daad, want ben je net op stoom…
Zijn vuist gebald, maar doodslaan deed hij niet.

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom…

Bas Jongenelen

UPDATE

Inmiddels zijn er meer Tilburgse sonnetten geschreven.

Uw lamenterende gast in december

Een oud, vergeten ei slechts is de buit
Die ik verschalk als ik de koelkast open
De voedingswaren die vanzelf gaan lopen
Staan zij aan zij met wat spontaan ontspruit

Dat komt ervan als in de laatste maand
Je niet ontsnappen kunt aan samen eten
Bij kaarslicht in een anders pied-à-terre

En of ze nou bedeesd zijn of verwaand,
Gezellig zijn of alles beter weten
Ze noemen elk gerecht vlot culinair

Het vlees dat je normaal gesproken kaant
Nadat het achteloos is afgebeten
Is nu het voorspel van een Grand Dessert

Een Grand Dessert: een oud vergeten ei!

Hannelly Krutwagen

Met je Tilburgse sonnet!

Hij is zo zacht, onschuldig, ja die G
uit ‘t zuiden van ons kleine nederland
hij lijkt zo ‘soit’ ‘er is niks aan de hand’
maar ondertussen zit je er maar mee.

Want deze G is never, nooit echt boos,
da’s lastig voor ‘t gejammer en geklaag:
te soft, hij geeft je louter ongeduld.

Hij komt niet uit de verf blijft keistemloos,
zo’n G moet klinken scherp, gelijk een zaag,
dat maakt gevloek geraspt en ook gevuld.

Gejeremieer…de G blijft werkeloos.
Gelamenteer verdient de volle laag,
dan klinkt gewee-geklaag! Genoeg geluld.

Genoeg geluld: hij is zo zacht, onschuldig.

Anne-Marie Maartens

J.J. Slauerhoff in Tilburg

Verdomd! Alleen in Tilburg kan ik wonen,
nooit vond ik ergens anders onderdak.
Parijs of Barcelona, nee, geen zak
vond ik eraan. Ik hou van rare bonen

of ze nu heilig zijn, of bruin of snij.
Aan Ringbaan Oost wil ik mijn onderkomen,
of West, of Noord, of Zuid, of in Broekho-

ven. Fatima! De Piushaven! Vrij-
heid, blijheid, ’t is de stad van al mijn dromen,
dat Tilburg. Het is voor mij een groot cadeau.

In Tivoli, of in De Blaak, zo blij
word ik ervan. De Reeshof of de bomen-
buurt: je van het is dat. Ik voel me zo…

Ik voel me zo verdomd alleen in Tilburg.

Bas Jongenelen

Lente in Tilburg

Ik wil eens met je praten, garderobe.
De zomer komt eraan, de kou is weg.
Doch rustig aan en luister wat ik zeg,
wees niet meteen zo van dat xenofobe.

Jij, winterjas gaat in de mottenballen,
nee nee, je gaat niet in de Zak van Max,
wat dat betreft is er niets aan de hand.

Dus jas, wil mij niet in de rede vallen,
godsklere nog an toe, nu niet en straks
niet. Thermo-onderbroek, ga aan de kant.

Verdomme, stilte! Jullie met zijn allen!
Hé! sjaal en hemd, doe niet zo achterbaks!
En hou je bek nu en ga zitten, want!

Ga zitten, want ik wil eens met je praten.

Bas Jongenelen

Posted in Geen categorie | Comments Off on Tilburgs Sonnet